|









| |
Laatst vroeg een
lesklant mij volgens welke methode ik nu eigenlijk werkte. Was ik ‘van Parelli?’
Of ‘werk ik volgens Join-up van Monty Roberts’? Gebruikte ik meer van Voest?
Ik dacht daarover na. Volgens welke methode werk ik nu eigenlijk?
Ik heb me verdiept in Parelli, de video’s van Monty Roberts bekeken en uiteraard
staan hier de boeken en dvd’s van Voest en Hempfling te glimmen in de kast.
Natuurlijk is het lijstje niet compleet, zo is daar ook nog een Chris Irwin,
Mark Rashid, Sally Swift, Linda Tellington-Jones en ga zo nog maar even door.
In welke stroming of methode vind ik me nu het meest? Al deze mensen hebben
allen op hun eigen manier zinnige zienswijzen, oefeningen en theorieën en ze
hebben allen fantastische dingen betekend voor deze relatief nieuwe manier van
met paarden omgaan en naar paarden kijken.
Tegelijkertijd vind ik in iedere methode wel iets waar ik niet achter kan staan
of waar ik het niet mee eens ben of mis ik iets.
Ze zijn allemaal niet compleet voor mij.
Voor mij betekent goed werken met paarden altijd een combinatie van een deel
techniek en een deel gevoel. Technieken kun je leren en oefenen. Gevoel kun je
ook trainen. Beide kost tijd. Uren maken. Uren kijken, uren werken met
verschillende paarden, ervaring opdoen. Je rugzak volstoppen met ervaring,
gevoel krijgen voor verschillende paarden en situaties, zodat
je er later dat uit kunt halen wat je nodig hebt. Dat doe ik ook met deze
methodes, met deze pioniers, met deze NH-mannen.
Ik kijk heel goed naar wat ze doen, verdiep me erin en haal er datgene uit wat
ik waardevol vind. Tegelijkertijd train ik mezelf in het onderbouwen van het
waarom, waarom wel of niet deze oefening of dat idee. Het waarom vloeit
voort uit ervaring, gevoel en logisch nadenken.
Er schuilt iets
dubbels in ergens een methode van maken waarbij, zoals in het werken met
paarden, veel met elkaar samenhangt. Om ergens een methode van te maken moet je
in stappen werken, dingen analyseren, oefeningen bedenken. Je splitst dingen die
misschien niet te splitsen zijn, je analyseert dingen die misschien niet te
analyseren zijn. De oefening die goed is voor het één, is niet per sé goed voor
het ander. Dat vraagt natuurlijk om een voorbeeld: een oefening die gaat om
een kunstje leren, is misschien minder goed voor de beleefdheid van je paard.
Een oefening voor het voorwaarts maken is niet per sé goed voor de
gehoorzaamheid. Een andere paardenman, Donald Newe, zei het zo: wat goed is voor
het één, is niet goed voor het ander.
Dat is het
lastige met methodes. Mensen hebben graag een stappenplan, iets wat ze kunnen
volgen om te kunnen zeggen: als ik dat of dat level heb bereikt, ben ik een
goede paardenman of –vrouw.
Het gevaar is dat je niet meer naar het paard als geheel kijkt, maar naar dat
deel van de methode of oefening die je nu aan het doen bent. Je richt je op het
resultaat en slaat daarbij belangrijke dingen in het proces over. Uiteindelijk
doet je paard de geleerde oefening misschien, maar heb jij wel gekeken naar wat
hij ervan vindt? Of heb je je zo gefocust op dit level of deze oefening dat je
de signalen van je paard niet hebt meegekregen? En als je goed kijkt, doet je
paard het dan ontspannen, zijn hoofdje laag, zijn oren hangend? Of zie je
zwiepende staarten, een gespannen neus en de oren naar achteren?
Ik beweer niet dat deze of die methode slecht is. Ik vind alleen wel dat je
kritisch moet blijven, en je moet realiseren dat mensen die een methode hebben
bedacht, ook maar een lijdraad, een handvat proberen te maken van datgene waar
zij al jaren en jaren mee bezig zijn en voor hen heel natuurlijk is.
Er zo over nadenkend, is dat precies de reden dat ik nooit voor één bepaalde
methode gekozen heb. Een methode gaat over technieken. Technieken zijn goed om
te leren, daar moet je er zeker veel van hebben. Maar voor mij gaat het werken
met paarden voor een groot deel om gevoel. Gevoel voor je paard, gevoel voor
zijn spanning, gevoel voor welke oplossing voor dit probleem nodig is, gevoel
voor de hoeveelheid druk die je nodig hebt, gevoel voor het materiaal dat je
gebruikt, gevoel voor je eigen lijf, voor het lijf van je paard, gevoel voor je
eigen emoties en gevoel voor die van je paard.
En die leer je noch uit een boek noch van een dvd. Dat blijft, zoals alles waar
je goed in wilt worden, een kwestie van oefenen.
| |
...................................
|