|
Soepel de winter door
Het is
winter, de bospaden zijn modderig en slecht begaanbaar en als ook de bak
bevroren is, wat kun je dan nog doen met je paard? Grondwerk kan een waardevolle
toevoeging zijn aan de training van en omgang met je paard. In de winter, maar
ook als aanvulling of afwisseling op het rijden. Met grondwerk houd je je paard
in beweging, zodat je in het voorjaar samen weer volop aan de slag kunt. Ook
als je nog niet alles kunt of mag doen met je (verzorg)paard is dit een mooie
manier om toch samen bezig te zijn. Met Freestyle-instructeur Elke Wiss doen we
wat oefeningen om ruiter en paard soepel en in conditie te houden.
Even
voorstellen:
Elke (25 jaar):
Elke is Freestyele trainer/instructeur bij Emiel Voest en daarnaast
gecertificeerd Centered Riding Instructeur. Met haar bedrijf Equus-Libris laat
ze mensen en hun paarden kennis maken met Freestyle/ grondwerk. Ze geeft lessen
loswerken, grondwerk, dubbele lange lijnen en Centered Riding. Daarnaast geeft
ze sessies ‘Spiegelen met paarden’ aan mensen en bedrijven. Samen met haar
vriend Jan Timmer bezit ze een aantal ijslanders en één Singlefooter (Amerikaans
gangenpaard).
Stella
(11 jaar): Stella rijdt twee keer in de week op ijslanders. Met de zesjarige
IJslandse merrie van haar moeder kan ze nog niet alles doen omdat ze daar nog
niet ervaren genoeg voor is. Maar ze vindt het wel heel leuk om te longeren en
grondwerk met haar te doen.
Sbartthyrnir - ‘zwarte
doorn’ (8 jaar): IJslandse ruin met prachtige lange zwarte manen. Hij is heel
lief, maar soms een beetje ondeugend. Zo ziet hij kans om tijdens onze
aanwezigheid onder het draad door te kruipen en de poetskist van Elke vakkundig
te slopen.
Tigul -
‘muizenoortje’ (6 jaar): IJslandse ruin, vooral herkenbaar aan de lange lichte
haren in zijn wollige oortjes. Hij is wat het Freestyle-systeem betreft
ervarener dan Thyrnir en beheerst alle onderdelen (loswerken, grondwerk en
dubbele lange lijnen).
Materialen
Voor grondwerk, zoals we vandaag gaan doen, gebruik je een touwhalster en
een leadrope.
Een touwhalster is speciaal gemaakt om druk uit te oefenen op de plek waar je
dat wilt. Een gewoon stalhalster verdeelt de druk gelijkmatig om het hele hoofd
en is dus onduidelijker voor je paard. Daarnaast is een stalhalster gemaakt om
te breken als je paard eraan gaat hangen; een touwhalster doet dat niet. Je mag
je paard daarom ook nooit vastzetten of in de wei zetten met een touwhalster!
Het is belangrijk dat het trainingshalster goed past; het moet netjes
aangesloten om het hoofd zitten om schuiven te voorkomen.
Ook gebruik
je geen gewoon halstertouw maar een leadrope van ongeveer 4,5 meter lang. Deze
lengte heb je nodig voor een veilige afstand en om duidelijke signalen te geven
aan je paard. Mocht je paard een keertje wegspringen, dan kun je hem de ruimte
geven. Met een halstertouwtje ben je hem snel kwijt.
1.
Lopen met het paard
Als je met je paard gaat stappen, loop je altijd schuin voor je
paard. Meestal wordt ons geleerd om naast de schouder te lopen, maar dat is als
je erover nadenkt best onhandig. Ten eerste loopt je paard dan feitelijk voorop.
In zijn ogen zou dat wel eens kunnen betekenen dat hij dan ook bepaalt waar
jullie heen gaan en dat is natuurlijk niet de bedoeling.
Daarnaast is het ook een onveilige plek om te lopen. Als je paard
schrikt, zou hij tegen je aan kunnen springen. Ten slotte kun je op deze
schouderpositie geen duidelijke signalen geven. Je zult moeten trekken en duwen
om je paard te vertellen dat hij naar links of naar rechts moet. Als je schuin
voor je paard loopt, kun je hem altijd goed in de gaten houden, hij heeft
voldoende ruimte als hij schrikt en hij kan jou goed zien en begrijpt daarom
beter welke kant jij opgaat en hoe snel. Ook kun je met je lichaamstaal
vertellen wat je van je paard wilt; moet hij rechts- of linksaf, moet hij
stoppen of draaien, moet hij sneller of langzamer.
Als je paard op de linkerhand loopt, leidt je hem met de rechterhand en
omgekeerd. In de andere hand houd je de rest van het opgerolde touw vast. Zo kun
je je paard altijd de ruimte geven als het nodig is. De hand waarmee je het
paard leidt, houd je op enige afstand voor zijn neus, zodat hij als het ware je
hand volgt.
2.
Wijken voor druk
Tijdens het
grondwerk is ‘wijken voor druk’ erg belangrijk. Het is als het ware de taal die
je met het paard spreekt. Als je paard niet kan wijken voor druk, kun je niet
met hem werken. Van nature gaan paarden tegen druk in. Vraag een veulen maar
eens mee te lopen aan een halster door eraan te trekken. Wat doet het veulen?
Juist: terugtrekken. Dat is een overlevingsinstinct en een reflex van het paard.
Het heeft dus nooit zin om je paard voort te trekken. Hij zal dan alleen maar
gaan terugtrekken en het is niet moeilijk om te raden wie er dan wint…
Wij moeten onze paarden dus leren wijken voor druk. Dat geldt
zowel vanaf de grond (jij wilt dat je paard een pasje opzij gaat tijdens het
poetsen) als tijdens het rijden (jij geeft druk met je kuit en het paard moet
naar voren). We zullen onze paarden dit moeten aanleren. Grondwerk is dé
techniek hiervoor.
Wanneer je iets van je paard wilt (hoofd buigen, meelopen aan het halster) zet
je druk. Zodra je paard het goede antwoord geeft (buigen/meelopen) moet je
METEEN loslaten. Zo weet je paard dat hij het goede antwoord heeft gegeven en
beloon je hem daarvoor. Het komt dus aan op een goede timing; laat je te vroeg
of te laat los, dan heb je je paard misschien iets geleerd wat niet de bedoeling
was.
3.
Buigen
Als je op je paard
rijdt, wil je graag dat je paard mooi gebogen door de bochten gaat (buiging en
stelling). Grondwerk is een goede manier om je paard lenig en soepel te maken
(of houden) en te leren wijken voor druk. We beginnen vanuit stilstand: Ga naast
je paard staan op de positie waar je been ligt als je op je paard zit. Oefen
lichte druk uit op het touw, totdat hij zijn hoofd naar je toe buigt.
Om hem te helpen en alvast voor te bereiden op dezelfde oefening vanuit het
zadel, kun je met je zijkant tegen je paard leunen (waar normaal jouw been zou
liggen) zodat je paard als het ware om jou heen kan buigen. Rijdend wil je
namelijk dat je paard ‘om je been heen buigt’. Dat kun je nu dus al oefenen op
de grond! Ook nu geldt: laat meteen los als hij het goed doet.
Deze oefening maakt je paard soepeler (je buigt hem immers gelijk naar beide
kanten) en het geef jou de gelegenheid te voelen welke kant voor je paard het
moeilijkst is. Daar kun je dan extra aandacht aan besteden, ook later tijdens
het rijden.
Tijdens het werken met Thyrnir kan Stella ook duidelijk merken welke kant hij
het moeilijkst vindt. Een goede oefening om je paard beter te leren kennen!
4.
Hindernissen
Als het lopen aan de hand goed gaat, kun je proberen om een paar hindernissen
neer te leggen. Hiervoor kun je van alles gebruiken, zoals balkjes, autobanden
en tonnen of jerrycans.
Het werken met hindernissen is een goede gehoorzaamheidsoefening. Je paard moet
zijn aandacht bij jou houden, ook als hij de hindernis eng vindt. Maar je paard
wordt er ook lenig van. Hij wordt zich meer bewust van zijn lichaam en wordt
handiger. Daarnaast zal je paard geconcentreerd moeten zijn op jou als
begeleider. Ook voor het werken met hindernissen geldt: doe het beheerst, wees
duidelijk, zorg voor veiligheid en laat op tijd de druk los als je paard het
goed doet.
Balkjes
Leg om te
beginnen een paar balkjes achter elkaar en laat je paard hier rustig overheen
stappen. Als je paard dit voor het eerst doet, is het verstandig om hem eerst
goed te laten kijken naar de hindernis. Als je paard het eng vindt, laat hem er
dan niet in één keer overheen gaan, maar zet hem eerst voor de hindernis en
vraag stapje voor stapje. Zo voorkom je dat je paard er uit angst maar heel snel
overheen vliegt. Wanneer je paard met angst en stress een hindernis over gaat,
heeft hij niks geleerd en heb je jezelf in gevaar gebracht.
Dan is het tijd voor meer precisiewerk: laat je paard één voorbeen over de
hindernis zetten.
Als je het nog moeilijker wilt maken kun je hetzelfde doen met de achterbenen.
Probeer ook eens om hem een stapje achteruit te laten doen, zonder de balkjes te
raken. Dit is een goede behendigheidsoefening voor het paard en voor jezelf! Je
paard leert hierdoor alle vier zijn benen onafhankelijk te gebruiken. Zo komt
hij ook in het bos makkelijk over allerlei obstakels heen, zoals takken en
boomwortels. Ook voor het trailerladen is dit een goede voorbereidende oefening.
Jij krijgt namelijk controle over de benen van je paard. En dat is precies wat
je graag wilt in moeilijke of enge situaties, zoals trailerladen, over een brug
lopen of langs een tractor.
Als Stella Thyrnir vraagt over de balkjes te gaan, doet hij dat eerst vrij lomp;
hij gooit zijn achterhand eroverheen en raakt de balkjes. Na wat oefenen gaat
het steeds beter; Thyrnir is mooi geconcentreerd op Stella en hij leert zijn
benen onafhankelijk van elkaar precies te plaatsen.
Mikado en
autobanden
Als je het
nog moeilijker wilt maken, kun je de balkjes als een soort mikado kris kras over
elkaar heen leggen en je paard hier in de richting en het tempo dat jij wenst
overheen laten stappen. Dezelfde oefening kun je ook met gehalveerde autobanden
doen. Niet met ‘hele’ autobanden - daar blijft je paard achter haken!
Je zult merken dat je paard steeds handiger wordt en meer bewust van zijn benen.
Je paard moet namelijk echt gaan nadenken over waar hij zijn benen moet plaatsen
en afwachten waar jij hem hebben wilt.
Omdat Stella al met de gewone balken heeft geoefend, gaan de mikado-balken
meteen veel beter! Stella kan precies bepalen waar haar paard zijn voeten
neerzet. En dat is best een tof gevoel!
Springen
Als je wilt,
kun je ook een sprongetje proberen. Hiervoor kun je natuurlijk de balkjes op een
staander leggen, maar als je die niet hebt, kun je ook tonnen of jerrycans
gebruiken. Ook hier geldt: Als je het voor het eerst doet, laat je paard dan
eerst kijken naar de hindernis. Geef je paard genoeg ruimte, let op de
veiligheid en werk in stapjes: eerst rustig in stap over de hindernis en als dat
goed gaat in draf en met een sprongetje. Let ook op je eigen lichaamstaal; als
jij aangeeft dat je paard bang zou moeten zijn, dan zal hij dat zijn. Als jij
aangeeft dat je paard door de hindernis mag denderen doordat jijzelf niet
springt, zal je paard ook niet springen.
Tijdens het oefenen laat Thyrnir precies merken of Stella op de juiste manier
leiding geeft. Als zij niet zo goed weet waar ze naartoe wil, dan zwabbert hij
achter haar aan. Maar als ze wel weet wat ze wil, dan wordt er vlot doorgelopen
en maken ze samen een sprongetje.
5.
Dubbele lijnen
Als toegift mag Stella nog even ervaren hoe het is om met de
dubbele lange lijnen te werken. Elke pakt hiervoor Tigul die dit werk vaker
heeft gedaan. Thyrnir mag terug in de paddock, waaruit hij echter al snel weet
te ontsnappen met het bovengenoemde resultaat. Elke is nog op zoek naar een
nieuwe poetskist…
De
dubbele lijnen zijn ongeveer 6,5 meter lang en worden bevestigd aan het
touwhalster en een longeersingel. Wanneer het aan het touwhalster goed gaat, kun
je overschakelen naar het bit.
Werken met de dubbele lange lijnen is best ingewikkeld; als je het nooit eerder
hebt gedaan, is het belangrijk om hierbij eerst goede begeleiding te krijgen.
Als je het beheerst, is het een goede voorbereiding op het rijden, bijvoorbeeld
bij het trainen van jonge paarden. Maar ook naast het rijden is het een goede
manier om buiging, stelling, balans en een goede teugelvoering te oefenen. De
dubbele lijnen bieden ontzettend veel trainingsmogelijkheden. Als je echt
fanatiek bent, kun je je paard alle dressuuroefeningen laten doen aan de lijnen;
wijken, appuyeren, travers en ga zo maar door.
Met de dubbele lange lijnen kun je je paard in een cirkel om je
heen laten lopen (centrumpositie), maar je kunt er ook achter gaan lopen alsof
je het paard ment (menpositie). Als je dat goed beheerst, kun je zo zelfs ‘op
buitenrit’!
De ervaren Tigul liep keurig nageeflijk en mooi gebogen in elke gewenste
richting, ook over de hindernissen. Stella kon zo aan de lijnen ook goed voelen
welke kant voor Tigul het moeilijkst is. Daar kun je dan weer leuke oefeningen
voor verzinnen om hem te trainen en soepel te maken. Zo leek het een eitje, maar
met een onervaren paard is dat vermoedelijk wel anders. Dus; don’t try this
at home, tenzij je iemand kent met ervaring en kennis van zaken om je te
helpen.
Zo, en nu
aan de slag. Als je vragen hebt of je ervaringen wilt delen, stuur dan een
mailtje naar
redactie@nsijp.nl.
Wij zorgen dan dat Elke je vraag beantwoordt.
Voor meer
informatie over Elke en haar werkwijze, kijk op
www.equus-libris.nl
|